Bergen Toen en Nu

Het ontstaan van Nieuw Bergen

Vroeger in de 13e en de 14e eeuw ging men in Bergen wonen rond de in de 13e eeuw gebouwde kerk (waarvan nu nog de ruïne van de toren van te zien is.)


Oude toren

De bij de kerk gebouwde boerderijen vormden de kern van de plaats Bergen.

De plaats Bergen werd trouwens al in 887 genoemd, toen maakten twee vrije mannen zich ‘wastijnsplichtig’ aan de abdij van werden aan de Ruhr. (dit is een soort erfpacht.)

De kerk en de gebouwen werden op een natuurlijke hoogte gebouwd, een plaats die als de Maas buiten haar oevers trad, - wat regelmatig gebeurde -, niet overstroomde. Zelfs niet bij de abnormale hoge waterstand van 1926, ook toen bleef een groot deel van deze plaats vrij. 

 Hoog water Kerkstraat nu Oude Kerkstraat

Tengevolge van deze ligging van de kern van Bergen waren er weinig uitbreidingsmogelijkheden aanwezig. De lage ligging van de omliggende gronden maakten het onmogelijk om nieuwe huizen te bouwen. Men moest uitzien naar andere uitbreidingsmogelijkheden.

Deze werden gevonden 1 km. oostelijk van de oorspronkelijke kern aan de overzijde van de rijksweg. Deze plaats bestond over het algemeen uit woeste grond begroeid met dennen en struikgewas.

        Op dit terrein is nieuw Bergen ontstaan (1957)

Hier en daar lagen enkele verspreid liggende boerderijen met omliggend bouwland van slechte kwaliteit omdat deze grond hoofdzakelijk uit zandgrond bestaat.

Deze ontwikkeling is ook sterk gestimuleerd door het provinciaal bestuur. Want de sterke spreiding van de bevolking over de toenmalige 6 kerkdorpen en een aantal gehuchten hebben mede de ontwikkeling van de gemeente Bergen sterk vertraagd. Men streefde naar een sterke kern in de gemeente, die voorheen ontbrak. De plaats waar deze nieuwe kern tot ontwikkeling moest komen werd door het gemeentebestuur ‘Nieuw-Bergen’ genoemd. (1960)

In 1960 woonde hier nog maar 804 mensen en in 1973 reeds 4253. Dit hield onder meer ook in dat tal van verzorgende voorzieningen van de oude kern naar de nieuwe kern verhuisden (alle winkels, het postkantoor en het gemeentehuis).

De omgeving Nieuw Bergen, toen Bergse Hei, bestond voor 1945 hoofdzakelijk uit Bos, Heide en Stuifduinen 

Het laag gelegen gebied Oudebaan, Murseltseweg, Meeuwstraat en Patrijsstraat was weiland. Nat en moerassig.
Dit gebied heette toen "de Murselt" De Siebengewaldseweg, Kerkstraat en Rijksweg waren asfaltwegen, de overige wegen waren zandwegen oftewel karrewegen. 

In het gebied ten noorden van de Siebengewaldseweg was het Woonwagen kamp.

Woonwagenkamp Heukelom. Later industrieterrein Bergen. 

Tijdens de bezetting kwam er een kamp voor opleiding van Duitse soldaten. Hierin werd in 1946 de eerste industrie van Bergen gevestigd.

Langs de Siebengewaldseweg, bij de Armenwoning werd in 1943 een arbeidskamp opgezet door de N.A.D.

De tram was de enige verbinding tussen Venlo en Nijmegen.

Langs de Rijksweg was de tramlijn Venlo-Nijmegen. De Maasbuurt Spoorweg (MBS). 

Deze werd door oorlogsgeweld verwoest en is in 1945 gesloopt.

In de jaargetijden met hoogwater werd de plaats Bergen, waar het Gemeentehuis stond door overstromingen onbereikbaar. 
In 1924 stond het water circa 50 cm hoog op de Rijkweg.

Op 9 juli 1963 heeft deze omgeving de naam Nieuw Bergen gekregen.

Het ontstaan van de gemeente Bergen

De gemeente Bergen is aan het einde van de achttiende eeuw ontstaan uit de drie voormalige heerlijkheden Well, Afferden en Heyen. Dit wordt nog tot uitdrukking gebracht in het gemeentewapen, dat bij koninklijk besluit van 22 januari 1907 aan de gemeente is verleend.

Tot de heerlijkheid Well behoorden de parochies Bergen en Well. Sinds de zestiende eeuw werd door de schepenbank van deze heerlijkheid als zegel de afbeelding gebruikt van een schild met rechtstaande pijl, de punt naar bov en gekeerd. Dit zegel is ontleend aan het wapen van Straelen. In de dertiende eeuw behoorde Well namelijk aan de heren van Straelen.

De heerlijkheid Afferden met het kasteel Bleyenbeek viel samen met de parochie Afferden, waarvan de heilige Cosmas en Damianus de patronen zijn. Op verschillende zegels van de schepenbank waren deze geneesheren uit klein Azië, de H. Cosmas met een vijzel met stamper in de linkerhand en de H. Damianus met een ampulla in de rechterhand, afgebeeld.

De heerlijkheid Heyen, welke integenstelling tot de beide genoemde Gelderse heerlijkheden, behoorde tot het hertogdom Kleef, voerde in zijn wapen de afbeelding van St. Dionisius, de kerkpatroon.

Grensbepaling in 1815 en 1817

Het Wener congres in 1815 (na de nederlaag van Napoleon) heeft de oostgrens van de provincie Limburg en derhalve ook van de gemeente Bergen definitief vastgesteld. Toen is bepaald dat de plaatsen op de rechter Maasoever tot de Nederlanden zouden behoren zodat de Nederlands-Duitse grens op een afstand van tenminste 800 Rijnlandse roeden (ongeveer 3 km) ten oosten van de Maas gesitueerd werd. Dit was in die tijd gelijk aan de afstand die men met een kanonschot bereiken kon.

De gemeente Bergen lag geheel in deze ‘Maaszoom’, de toenmalige veiligheidsgordel van het Nederlands grondgebied.

In 1817 is de gemeentegrens op enkele punten gewijzigd. De gemeente Bergen kreeg toen kleine delen van het grondgebied van Goch, Twisteden en Walbeck. Een enclave van de vroegere heerlijkheid Afferden, welke omsloten werd door het grondgebied van Weeze, werd bij de laatst genoemde plaats gevoegd, terwijl het toenmalige gehucht Siebengewald tot Nederlands grondgebied verklaard werd.

Hierbij bestond aanvankelijk bepaalde onzekerheid of Siebengewald bij Bergen of bij Ottersum zou behoren, men heeft echter ten gunste van de gemeente Bergen beslist.

Nalatenschap der heerlijkheden

In de Franse tijd zijn de heerlijke rechten afgeschaft en zijn in 1815 niet hersteld. Derhalve is met de Franse tijd de historie van de heerlijkheden afgesloten. Dit betekent echter niet dat in het verdere verloop van de geschiedenis van de gemeente Bergen en haar bevolking de sporen van de vroegere heerlijkheden uitgewist zijn.

Als argumenten voor bestuurlijke spanningen in de gemeente heeft men herhaaldelijk aangevoerd de ongunstige situering van de gemeente in geografisch opzicht en het gemis van een behoorlijke centrumplaats in deze uitgestrekte gemeente. Daarnaast is de betrekkelijk armoedige toestand, waarin de gemeente gedurende vele jaren heeft verkeerd, ook een belangrijke rem geweest voor een behoorlijke ontwikkeling en ontplooiing.

Hierin kan men de belangrijkste reden vinden waarom men zich als het ware aan de oude verworvenheden van de sedert vele jaren opgeheven heerlijkheden heeft blijven vastklampen, hetgeen ook zijn gevolgen had voor de bestuurlijke organisatie.

Verschil in welstand

Ofschoon men nauwelijks van welvaart mag spreken in Bergen van de vorige eeuw, waren er toch verschillen in welstand tussen de dorpen van de gemeente aanwezig. Dit kwam o.a. tot uitdrukking in de financiële resultaten van de gemeentelijke huishouding.

In de administratie van de gemeente werd een zodanige splitsing van inkomsten en uitgaven doorgevoerd dat de resultaten van elk van de drie gebieden Well-Bergen, Afferden-Siebengewald en Heyen jaarlijks konden worden vastgesteld. Hierbij bleek telkens dat de financiële resultaten van Afferden en Siebengewald een nadelig saldo vertoonden, terwijl dit in de andere plaatsen niet het geval was.

Het bleek in de Bergense gemeente een onverteerbare zaak dat de minder bedeelde dorpen van het bescheiden overschot van de andere plaatsen zouden kunnen meeprofiteren.

Drie afdelingen

Het voorstaande heeft ertoe geleid dat de gemeenteraad op 5 dec. 1863 besloten heeft tot het instellen van drie afdelingen met een eigen kas. Sedertdien kende men in de gemeente Bergen drie afdelingen; Well-Bergen, Afferden-Siebengewald en Heyen.

Splitsing der gemeente

Deze indeling heeft er zeker niet toe bijgedragen tot een ontwikkeling van de gemeente tot een werkelijke eenheid. In 1895 is er zelfs aanleiding geweest om een splitsing der gemeente voor te bereiden. De naaste aanleiding hiertoe was dat van rijkswege aan de afdeling Afferden geen subsidie ingevolge de wet op het lager onderwijs of een rijksbijstand in de kosten harer huishouding werd toegekend.

1 januari 1897 was reeds voorgesteld als datum van de opheffing. Het voorstel had de instemming van het provinciaal bestuur, maar de minister van binnenlandse zaken bleek bezwaren te hebben.

Nieuwe poging tot splitsing

In januari 1914 is het plan van splitsing opnieuw opgenomen. Het verschil met 1895 was nu dat er sprake was over de vorming van drie gemeenten.

Maar nu waren de gedeputeerde staten van Limburg er ook tegen na eerst advies te hebben gevraagd aan de minister.

Opheffing der afdelingen.

Toch heeft het nog tot 1 januari 1935 geduurd voordat de indeling van de gemeente in drie afdelingen met eigen kas is opgeheven. Dit gebeurde ook nog niet in een keer.

In de moeilijke jaren dertig met een grote werkeloosheid is met uiteindelijk gezwicht voor het dreigement van de zijde van de regering dat de bijdragen voor de werkeloosheidsbestrijding ingetrokken zouden worden als de gemeentelijke indeling in afdelingen gehandhaafd zou blijven.

Historie met weinig perspectief

In de vooroorlogse tijd heeft de gemeente Bergen getracht te teren op de schamele nalatenschap van de heerlijkheden. Men had weinig keus, want de rijks- en provinciale overheid bleken in deze tijd slechts zeer weinig belangstelling te hebben voor de bufferzone tussen de Maas en de landsgrens, voor zover deze gevormd werd door de gemeente Bergen.

De bevrijding

In onze vaderlandse geschiedenis vormen de jaren 40-45 een sombere en moeilijke periode, dit geldt natuurlijk ook voor de gemeente Bergen.

De gemeente Bergen is bevrijd in de maanden februari en maart 1945. De geëvacueerde bevolking moest echter wachten tot hun tijdelijke verblijfplaatsen, verspreid over vrijwel heel ons land, bevrijd waren. In april en mei 1945 zijn de meeste inwoners van de gemeente naar hun oorspronkelijke woonplaatsen teruggekeerd. Wat zij van hun have en goed terugvonden maakte een troosteloze indruk.

Van de 1500 huizen waren er 1127 door oorlogsgeweld getroffen. Ongeveer 400 huizen waren totaal verwoest en ongeveer 300 waren zwaar beschadigd. Hierbij nog niet gerekend de vele landbouwschuren en stallingen. Van de drie kastelen werden de kastelen te Heyen en te Well zwaar beschadigd terwijl het kasteel Bleyenbeek geheel werd verwoest.

                                                
                                   1945                              

Alle kerken in de dorpen Heyen, Afferden, Siebengewald, Well en Wellerlooi werden totaal verwoest, terwijl van de tien scholen er 6 vernield waren. Het woningtekort werd op dat tijdstip geschat op ca. 400. De mensen woonden in onooglijke krotten en hokken, zonder voldoende kleding, dekking en schoeisel.



 Voedsel en kleding uitdelen.

De gehele veestapel was afgeslacht of naar Duitsland weggevoerd, terwijl ook bijna al het landbouwmaterieel verloren was gegaan.

Algemene beschrijving van het gebied

De situering van het gebied

Het grondgebied van de gemeente Bergen ligt ten zuiden van de gemeente Gennep langgerekt ingeklemd tussen de Maas en de rijksgrens met Duitsland. De lengte van het gebied bedraagt ca. 25 km. en de breedte varieert van 3 tot 9 km.

De dichtstbijzijnde plaatsen met een streekverzorgende functie liggen in het Duitse achterland: Goch op een afstand van 9 km. van de kern van Bergen, Kevelaer op plm. 12 km. van het kerkdorp Well en 17 km. van de kern van Bergen en Geldern op een afstand van 17 km. van Well en 21 km. van de kern van Bergen. Voor de laatste wereldoorlog was de bevolking van Bergen sterk op deze plaatsen in Duitsland georiënteerd.

In de periode van 1930-1935, toen allerlei restricties het grensverkeer bemoeilijkten, zijn Venlo en Nijmegen een streekfunctie voor Bergen gaan vervullen. Venlo ligt echter op een afstand van 28 km. en Nijmegen op 34 km. De laatste jaren hebben Gennep en Venray en in mindere mate Boxmeer betekenis als streekcentra voor het gebied Bergen gekregen.

Het landschap

Geo-morphologisch wordt het gebied gekenmerkt door verschillen die zowel landschappelijk als landbouwkundig het karakter van het gebied bepalen.

In het westen ligt de Maasvallei, een licht golvend rivierkleigebied dat voornamelijk als grasland in gebruik is. Alleen de hogere gedeelten zijn als bouwland in cultuur en soms als tuingrond.

Een groot deel van de perceelsscheidingen wordt gevormd door heggen. Het hierdoor ontstane heggen-landschap is niet alleen landschappelijk maar ook natuurwetenschappelijk bijzonder belangrijk.

Daarnaast hebben ook de moerasgebieden in de lage gedeelten grote natuurwetenschappelijke en landschappelijke betekenis.


Langs de Duitse grens treffen we een vlak landbouwgebied aan bestaande uit rivierleem en rivierzand.


Ontginning

De hogere gedeelten worden in hoofdzaak voor bouwland en plaatselijk voor fruitteelt en tuinbouw gebruikt en de lagere gedeelten voor grasland.

Tussen het uiterwaardgebied in het westen en het vlakke bouwlandgebied in het oosten ligt een hoger gelegen grillig stuifzandgebied met hoge stuifkoppen begroeid met bos en heide.

Stuifduinen

In de lage gedeelten zijn vennen gevormd. Een klein gedeelte van deze gronden in de omgeving van de rijksweg is als  bouwland in cultuur.

De bevolking

Het oudste bevolkingscijfer dat ooit van de gemeente Bergen gevonden is dateert van 1801/1802. Toen had deze gemeente 2749 inwoners. In 1815 was dit aantal slechts met 25 gestegen. Vijftien jaar later bij de eerste algemene volgstelling van 1830 heeft de gemeente Bergen 3445 inwoners. Deze stijging is mede toe te schrijven aan de toevoeging van Siebengewald aan de gemeente Bergen. (1817-Franse tijd.)

De bevolkings-aanwas in de gemeente is gedurende vorige eeuw slechts gering geweest vergeleken met de bevolkingsgroei van heel Nederland in die periode. De geringe bestaansmogelijkheden en de armoe in de gemeente Bergen hebben de ontwikkeling en de uitgroeigedurende tientallen jaren belemmerd.

Sedert 1900 tonen de bevolkingscijfers van de gemeente een ‘gunstiger beeld’, voor de statistieken tenminste wel, maar voor de bevolking helemaal niet want van welvaart was nog geen sprake.

Na 1945 heeft de bevolkingsgroei van de gemeente Bergen vrijwel gelijke tred gehouden met die van de provincie Limburg. Dit vergeleken met voor de oorlog, waar in Zuid-Limburg de mijnbouw tot ontwikkeling kwam.

De bewoning

De inwoners van de gemeente Bergen wonen sterk verspreid, de gemiddelde bewoningsdichtheid bedraagt 52 inwoners per km2.

De occupatie van het gebied geschiedt vanuit een aantal woonkernen en vanuit verspreid liggende groepjes landbouwbedrijven en/of tuinbouwbedrijven. De land- en tuinbgouwbedrijven liggen voor een deel in de kerkdorpen. Hiernaast treffen we concentraties van bedrijven aan in een aantal gehuchten welke tot de kerkdorpen behoren. (zoals: Heukelom, Ayen, de Kamp, de halve Maan, Elsteren, Knikkerdorp, Tuindorp en in een wat ruimer verband gezien de omgeving van de rijksweg.)  Een aantal van de bedrijven ligt verspreid in het gebied.

De voornaamste woonkernen zijn de navolgende dorpen:

-          Afferden – 2147 inwoners.

-          Siebengewald – 2083 inwoners.

-          Bergen – 4253 inwoners.

-          Well – 2126 inwoners.

-          Wellerlooi – 1191 inwoners.

De gegevens zijn volgens de telling van 1973.

Tengevolge van de wet van 15 juni 1972 is het kerkdorp Heyen met ingang van 1 januari 1973 van de gemeente Bergen afgescheiden en bij de gemeente Gennep gekomen.

De wegverbindingen

De wegverbindingen tussen de woonkernen en de centra elders voert in hoofdzaak via rijksweg 54. Deze weg doorsnijdt het gebied van noord naar zuid en vormt een schakel in de verbinding van Noord- en Zuid-Limburg en verder met het midden en noorden van het land.

Kruispunt Rijksweg-Bergen-Siebengewald

De verbindingen van het grondgebied van de gemeente Bergen met het gebied ten westen van de Maas loopt via de bruggen bij Gennep en Well. Deze laatste is een Baily-brug met één rijbaan. Behalve deze bruggen zijn er pontveren bij Bergen en Afferden. De verbindingen met het Duitse achterland verloopt via de wegen naar de grensposten bij Siebengewald en Well (Wellse hut). Deze grensposten zijn met tertiaire wegen op de rijksweg aangesloten. De grenspost bij de Wellse hut is hoofdzakelijk van belang voor personen verkeer. De in- en uitvoer van goederen is hier slechts in beperkte mate mogelijk. De grenspost te Siebengewald heeft daarentegen veel ruimere faciliteiten. Vanuit Siebengewald is er een rechtstreekse wegverbinding met Gennep en Ottersum.

De verbinding tussen de kerkdorpen onderling voert voor een deel via de rijksweg en voor het overige deel via redelijke goede streekwegen.

Voor zover de landbouwbedrijven niet zijn gelegen in de omgeving van de rijksweg, de verschillende verharde wegen en de kerkdorpen zijn ze aangewezen op niet verharde wegen, maar deze zijn de laatste jaren voor een deel verhard.

Naast het feit dat de ongunstige ligging der dorpen onderling de ontplooiing van de gemeente heeft belemmerd, heeft de bijna hermetische afsluiting aan de oost- en westzijde de harmonische ontwikkeling van de gemeente negatief beïnvloed.

De verbindingen te water (de Maas)

Langs de westzijde van het gebied stroomt de Maas, een belangrijk onderdeel van de nationale verbinding te water maar ook een belangrijke schakel in het internationaal stelsel van waterwegen.

De havenaccomodatie in het gebied van Bergen is zeer beperkt. Alleen in Ayen zijn voorzieningen voor de scheepvaart. 

Loswal:  lossen van hout.

In Ayen bevindt zich een loswal welke van belang is voor het lossen van buitenlands hout dat hier wordt overgeslagen voor de meubel- en houtindustrie welke even over de Duitse grens is gevestigd. Hierbij zij opgemerkt dat de constante waterstand in de zomer en een groot deel van de winter bijzondere voordelen biedt voor het transport te water.

Deze omstandigheid is van betekenis voor de industriële ontwikkeling van het gebied. De verbindingen met het Duitse achterland zullen hierdoor steeds grotere betekenis gaan krijgen.

Als de Maas buiten haar oevers treedt kan ongeveer 1/6 gedeelte van de totale oppervlakte der gemeente onder water komen te staan. Dit heeft zich met name in de winterseizoenen 1965-1966 en 1966-1967 nog enkele malen voorgedaan. Bijna 1500 mensen geraakten dan min of meer in een isolement. Speciaal de dorpskernen Bergen en Well en het gehucht Ayen worden bij hoge waterstand geheel of nagenoeg geheel van de buitenwereld afgesloten.

Aan de oevers van de Maas is door Rijkswaterstaat in 1969 een beschoeiing aangebracht omdat de afkalvende oevers een probleem vormden voor de eigenaars en de gebruikers van de Maasoevers.

Sociaal-economische aspecten

De bewoners van de gemeente Bergen vonden tot voor kort hun hoofdmiddelen van bestaan in de agrarische sector. Deze situatie komt nog tot uitdrukking in de gemiddelde bevolkingsdichtheid van 82 inw. per km2.

Uit onderstaande tabel blijkt dat de gemeente Bergen zowel landelijk als t.o.v. de provincie een langzame bevolkingsgroei heeft (indexcijfer 1880 = 100)

Jaar

Bergen

Limburg

Nederland

1880

100

100

100

1890

103

107

110

1910

121

142

128

1930

140

230

170

1947

177

285

237

1955

199

341

267

1962

221

380

289

 

De eenzijdige agrarische struktuur zowel van Bergen als het omliggende gebied bood onvoldoende mogelijkheden het toenemende arbeidsaanbod op te vangen. Noch op het gebied van specialisatie noch op het gebied van industrialisatie of vreemdelingenverkeer kwam een ontwikkeling van enige betekenis tot stand. Hierdoor trad in de gemeente regelmatig een strukturele werkeloosheid op.

In de periode van 1880-1945 compenseerde het vertrekoverschot van ongeveer de helft de natuurlijke bevolkingsaanwas. De afvloeiing van de bevolking richtte zich voornamelijk op Duitsland.

Na 1947 is de natuurlijke bevolkingsaanwas dankzij de toename van de werkgelegenheid in de aangrenzende gebieden, met name in Duitsland, maar ook de vestiging van enkele industrieën op het nieuwe industrieterrein in Bergen, voor een belangrijk deel in Bergen gebleven ondanks de teruggang van de werkgelegenheid in de agrarische sector.

De aanwijzing van de gemeente Bergen als stimuleringsgebied blijkt reeds een gunstige invloed te hebben gehad.

Dat de stijgende behoefte aan werkgelegenheid onder de gegeven omstandigheden niet binnen de gemeente kan worden opgevangen blijkt uit de pendel van arbeidskrachten naar elders (Duistland, Venray). De grotere mogelijkheden voor het volgen van onderwijs doet vooral de jeugdigen deelnemen aan deze pendel.

Ook al kan men thans Bergen niet meer zondermeer als een agrarische gemeente kenschetsen, toch blijft de land- en tuinbouw een belangrijke stempel drukken op deze gemeente. Ongeveer de helft van de totale oppervlakte van de gemeente is namelijk cultuurgrond. Het is niet te verwachten dat hier in de toekomst veel verandering in zal komen.

Het bedrijfstype

In dit gebied treffen we in hoofdzaak gemengde veehouderijbedrijven aan dat wil zeggen, bedrijven waar veehouderij hoofdzaak is waar de veebezetting wordt aangevuld met varkens en kippen. Daarnaast komen ook gemengde bedrijven voor, waar zowel veehouderij, akkerbouw als tuinbouw de struktuur bepalen. In Well en Wellerlooi zijn belangrijke tuinbouwvestingen tot ontwikkeling gekomen, terwijl ook op de kleinere gemengde bedrijven vollegrondstuinbouw aanwezig is. Vooral de aspergeteelt is voor veel kleine bedrijven een belangrijke bron van inkomsten.

De ruilverkaveling

De behoefte aan ruilverkaveling in de gemeente Bergen kwam voort uit de achtergebleven economische en maatschappelijke ontwikkeling van dit van oudsher agrarische gebied. (Oorzaken zoals reeds eerder genoemd: de geïsoleerde ligging van het gebied en de sterke gespreide bewoning.)

Mede door de aanwijzing van het gebied als stimuleringsgebied zijn in de maatschappelijke toestand verbeteringen opgetreden maar de economische basis is zwak gebleven. Ter bevordering van een verdergaande ontwikkeling en versteviging van de economische situatie met name van de landbouw, was het noodzakelijk dat de strukturele landbouwkundige gebreken werden verbeterd. Ruilverkaveling was hiervoor de aangewezen weg.

De tekortkomingen op landbouwkundig gebied werden gevormd door:

De oude (alde) Baan

-          De gebrekkige ontsluiting in het algemeen, in het bijzonder langs de Duitse grens waar een noord-zuid verbinding ontbrak (dit is inmiddels opgelost door de aanleg van de toeristenweg, zie kaartje bij ‘de wegverbindingen’ ) en in het gebied langs de maas waar zowel de onjuiste tracering als de slechte berijdbaarheid van de wegen ernstige belemmeringen voor de landbouw vormden;

-          De slechte waterhuishouding in het bijzonder in de beekdalen

-          De verkaveling-toestand in het bijzonder langs de Maas;

-          De ondoelmatige en ongunstig gelegen bedrijfsgebouwen en

-          Het grote aantal kleine bedrijven waardoor een van efficiënte produktiemethoden werd belemmerd.

Na de installatie van de plaatselijke commisie op 26 maart 1969 is men met de uitvoering van de plannen van de ruilverkaveling begonnen.

De laatste fase van deze ruilverkaveling zal dit jaar (1977) gereed komen.