Wie is?....Mariet Koppes
Het is donderdagmiddag. We hebben Mariet gevraagd om haar levensverhaal bij ons te komen vertellen, en dat doet ze graag. Maar eerst heeft ze afgesproken om met haar dochter Carin bij Bianca in de Mariaschool te lunchen. Daarna komen ze samen naar ons lokaal.

Mariet steekt direct van wal en begint te vertellen: “Ik ben Mariet, geboren in 1943 in Bergen. Mijn vader, Piet Zegers, kwam oorspronkelijk uit Blitterswijck. De familie woonde daar op de hoek, als je richting de Maas gaat bij tante Jet. Dat huis is altijd in de familie gebleven; er woont nu nog steeds een nichtje van mij. Mijn moeder, Trina Nabben, kwam uit Swolgen en was geboren in 1899.
In 1935 verhuisde de familie Zegers naar Bergen. Het huis waar ze gingen wonen, aan de Kerkstraat 30, was pas twee jaar eerder gebouwd. Mijn vader woonde daar samen met zijn broer, ome Teng, en zijn zus, tante Tina. Alle drie waren ze toen nog vrijgezel. Later, toen pap en mam trouwden, kwam mam erbij inwonen. Maar niet veel later vertrok tante Tina naar het klooster.
Mijn moeder werkte intern als pastoorsmeid bij pastoor Munnekom. Mijn vader was huisschilder en kwam regelmatig bij de pastoor schilderwerk doen. Daar hebben ze elkaar leren kennen en kregen ze verkering. Mijn ouders waren al wat ouder toen ik geboren werd; mijn moeder was toen 44 jaar. Ik had nog een jonger broertje, Harry. Hij werd geboren tijdens de oorlog, maar overleed al na enkele maanden tijdens de evacuatie naar Doetinchem, onder andere door medicijntekorten.
Mijn moeder had een klein winkeltje aan de Kerkstraat waar eigenlijk van alles verkocht werd, behalve levensmiddelen. Als kind hielp ik daar regelmatig mee. Het huis was klein, want naast de winkel en het schildersbedrijf woonde ome Teng er ook nog, hij was kleermaker. Achter een deur in de keuken had hij een kleine kamer waar hij kostuums maakte. Daar stond een bureau, daar zat hij dan met zijn benen gekruist kostuums te maken. In 1959 heeft ome Teng zijn huis naast het onze gebouwd en daar heeft hij zijn kleermakerszaak voortgezet.
Ik heb als kind nog één jaar in een noodlokaal op school gezeten en ging daarna naar de Mariaschool aan de Groene Kruissingel. Bergen was toen nog een echt ondernemersdorp. Wij hadden ons winkeltje en het schildersbedrijf, ome Teng was kleermaker. En verder had je bijvoorbeeld Custers met een winkel in levensmiddelen, textiel, ondergoed en schoenen. Geenen, Joop Ponjée, Geurts d’n Bekker. Piet Custers verkocht verf en met de kermis snoep. Hen de Mol was groenteboer. Het postkantoor zat bij ons tegenover. Sjang de Smid had een fietsenwinkel en er was schoester Valkx.
Mijn vader was huisschilder. Naast ons huis, wat nu de garage is, had hij zijn werkplaats. Daar stond zijn voorraad verf en andere materialen. Hij werkte veel samen met Joost van Mil. Hij ging dan op de fiets met de houten ladder op zijn nek werken. Later, toen wij getrouwd waren, bracht Leo vaak de ladder met de auto weg. Pap liep later ook scheef door het dragen van de ladder.
Nadat ik geslaagd was voor de MULO in Gennep ging ik bij de Boerenbond werken. Piet van Dijck was er zaakvoerder en hij had achter zijn huis een klein kantoortje, ik deed daar de boekhouding. De opslag en verkoop waren aan de Rijksweg, waar nu Potterie De Tramhalte is. Daar werkten toen Piet Tissen (De Koe), Jan Knoops en Piet Hesen. Ik heb bij de Boerenbond gewerkt totdat ik ging trouwen in 1964. Ik heb nog de verhuizing naar het industrieterrein in Nieuw Bergen meegemaakt. Maar toen Sjaak Keijsers er als zaakvoerder begon, was ik er al weg. In die tijd was het heel normaal dat een vrouw stopte met werken nadat ze trouwde. Ik ging mijn moeder weer helpen in de winkel. Die winkel heeft bestaan tot 1969, terwijl mijn vader nog steeds schilderde.
Leo en ik leerden elkaar kennen op de kermis. Hiernaast stond toen een tent en daar sloeg de vonk over. Leo kwam uit ’t Leuken in Well. Als je van hieruit naar Well fietst, staat aan de linkerkant aan de Kampweg bij de 5-sprong, het ouderlijk huis van Leo. Én iets ervoor staat nu nog het Lei Koppes Bénkske. Later verhuisden zijn ouders naar de bungalow aan de overkant van de weg. Het huis is nog altijd binnen de familie; schoonzus Toos woont er nog en broer Wim woont nu in de bungalow.
Leo en ik trouwden in 1964 en nadat onze kinderen Carin en Fred geboren waren, werd het huis van mijn ouders toch wat te klein. Daarom bouwden wij ons eigen huis aan de Groene Kruissingel, eigenlijk in de achtertuin van mijn ouders en van ome Teng. Het perceel liep tot aan het huis op de hoek waar destijds Jan Heijnen woonde. Net na de Bergse kermis van oktober 1968 zijn we daar naartoe verhuisd. Kort daarna, in december, werd Peter geboren.
Een belangrijke stap in ons leven kwam in 1978. Lei hoorde dat zijn werkgever, Thei van Dijck, zijn constructiebedrijf te koop zette. Leo vroeg aan mij: “Zullen wij het overnemen?” Het bedrijf was toen al verhuisd van de Murseltseweg naar het industrieterrein. We zijn naar de bank gegaan, hebben geld gekregen en zijn toen op 02-01-1979 begonnen met Koppes Constructie. Leo had zijn vak- en lasdiploma’s op de LTS gehaald en was erg goed in zijn vak. Ik had op de MULO in Gennep het middenstandsdiploma gehaald, met een 10 voor boekhouden. Dus ik ging de boekhouding doen. Later nam onze zoon Peter dat van mij over. Ik heb daar tot mijn tachtigste op kantoor gewerkt. Op een gegeven moment zei Peter: “Mam, ik heb een nieuw boekhoudprogramma gekocht. Ga je op cursus?” Toen zei ik lachend: “Nee hoor, dan neem ik ontslag!” En zo ben ik gestopt. Ik kreeg trouwens al in 1978 of 1979 mijn eerste computer — best bijzonder voor die tijd. We hebben ook jarenlang met het personeel kermis gevierd. Dan gingen we op maandag naar het matinée, er bleven dan ook vaak mensen bij ons slapen als ze te veel gepruufd hadden. Je ging toen ook als familie bij elkaar ‘op de kermis’. Dat hoorde er toen gewoon bij.
Carnaval speelde altijd een grote rol in ons leven. Leo werd in 1970 tot prins carnaval van de Erdmennekes verkozen. De Erdmennekes hadden toen nog hun residentie hier bij zaal Kamphuis, maar in Nieuw Bergen werd een tent gezet. Leo kwam als Prins Leo d’n Urste uit bij Kamphuis maar de carnaval werd in de tent in Nieuw Bergen gevierd. Dus Leo was de eerste Prins Carnaval in Nieuw Bergen. In Bergen is toen uit protest nog een Prinses Carnaval – Anneke Linders – gekozen, als een soort van tegenactie. Leo is daarna nog jarenlang vorst geweest. We zijn uiteindelijk zo’n 30 jaar actief geweest binnen de Carnavalsvereniging.
Leo zat ook bij de vrijwillige brandweer. Als hij de sirene hoorde afgaan - er waren toen nog geen piepers – dan lagen dáár zijn broek, dáár zijn hemd en dáár zijn sokken verspreid door het huis. Hij fietste dan wel eens in z’n onderbroek naar de kazerne, die toen nog hier aan het einde van de straat op de hoek zat. Lei is bij de brandweer gegaan vanwege de toenmalige commandant, Pierre Hansen. Die woonde toen tegenover ons en hij haalde Lei over om een dagje mee te lopen, dat sprak hem direct aan. Je kunt wel zeggen dat de brandweer binnen onze familie in de genen zit. De jongens gingen altijd met Leo mee als hij de brandweerauto’s ging poetsen, eentje zat er toen nog met z’n vingers tussen de brandweerautodeur. Onze Fred is nu commandant en onze Peter heeft er tot vorig jaar ook 28 jaar als bevelvoerder gediend. Ook Elma is er actief, ze doet ook nog de communicatie op social media.
Ik ben altijd actief geweest binnen het Bergse verenigingsleven. Ik was onder andere penningmeester bij de gymnastiekvereniging en bij de lotenverkoop van de fanfare. Verder was ik medeoprichter van dansgarde de Dennekes en daarna ook jarenlang penningmeester.
Als het weer het toelaat, fiets ik nog iedere dag zo’n 20-25 kilometer. En als ik samen met Riek Loeffen of Net Krebbers ga fietsen, worden het er gerust 40. Deze fiets heb ik aankomende juli 2 jaar en er staat nu 4300 kilometer op de teller. Ik doe nog steeds aan gymnastiek in Den Asseldonk, bridge op maandag en op donderdag en ben actief lid bij de KBO, Vrouwen Maasduinen en de Zonnebloem. Doordat ik net over de brug in Well, richting Wanssum door een vrachtwagen werd aangereden, ben ik enigszins beperkt maar stilzitten heb ik nooit gedaan. Boodschappen doe ik nog zelf, maar koken doe ik niet meer zo graag. Alleen eten vind ik niet gezellig. Daarom eet ik één keer per week bij Fred en ook bij Peter. En op zondag komt Carin bij mij eten. Dat zijn momenten waar ik erg van geniet.”
Mariet, wij vonden het heel gezellig met jou en bedankt dat je zo openhartig jouw verhaal met ons wilde delen.
Namens Bergen Toen en Nu, Marie-Louise Ponjée en Harm van Riswick
- Hits: 328
